Weegschaal: tips en trucs

Jezelf wegen op een weegschaal om te kijken of je bent afgevallen (of aangekomen) in gewicht.

Gewoon toch even op die weegschaal stappen…..of kan je het óók fout doen?

En begrijp jij waar die schommelingen in gewicht toch vandaan?

Hier volgen tips en trucs bij het wegen op de weegschaal.

Weeg jezelf niet te vaak op de weegschaal

Jezelf elke dag wegen is echt niet nodig, ook niet als je wilt afvallen.

Ik zou het zelfs afraden, het kan namelijk frustrerend werken.

Een lichaamsgewicht schommelt van nature altijd licht. De meeste mensen hebben een marge van ongeveer 1 tot 2 kilo.

Zout

Deze wisselingen in lichaamsgewicht komen voornamelijk door het wisselende hoeveelheid vocht in het lichaam. Als je bijvoorbeeld een dag wat meer zout eet dan gebruikelijk, kan je meer vocht vasthouden. Als gevolg zal de volgende dag je weegschaal iets meer aangeven.

Dit is bijvoorbeeld vaak zo als je hebt gegeten in een restaurant, omdat ze daar wat zouter koken. Dat extra vocht is na 1 of 2 dagen weer weg.

Menstruele periode

Nog een goed voorbeeld voor ons als vrouwen: vlak voor de menstruele periode. De weegschaal zal ook snel 1-2 kilo hoger aangeven, omdat we dan wat extra vocht vasthouden.

Warme dagen

Ook op warme dagen houdt je lichaam meestal wat meer vocht vast, omdat je bloedvaten wat meer open gaan staan en zich wat meer vullen.

Ook in deze situatie zal de weegschaal iets meer aangeven.

Hoe vreemd het ook misschien klinkt, maar het is dan juist goed om veel te drinken. Dan gaat je lichaam het extra vocht uitscheiden.

Onregelmatige stoelgang

Heb jij een onregelmatige stoelgang?

Ook dat kan van invloed zijn op de wijzer (of bij een digitale weegschaal: het nummer) van je weegschaal.

Door verstopping zit er extra ‘vulling’ (lees: gewicht) in je darmen en dat weegt mee.

Gewicht zegt (bij lange na) niet alles

Alleen het getal op de weegschaal bepaalt niet of je ‘te zwaar’ bent.

Wat veel belangrijker is, is de verdeling* van het gewicht over het lichaam.

* de verdeling van spierweefsel en vetweefsel.

Iemand die een strak gespierd lichaam en weinig vetweefsel heeft, kan (veel) zwaarder zijn dan iemand met veel vetweefsel en weinig spierweefsel.

Spierweefsel moet je kweken (door te bewegen/sporten) en vervolgens in stand houden.

Ik zou bijna zeggen: koester je spierweefsel. En waarom zeg ik dat?

Spierweefsel is, zoals ze dat noemen, actief weefsel. Spierweefsel brengt je stofwisseling blijvend op een hoger peil. Je verbrandt dus meer calorieën!

Kijk dus niet alleen naar het getal op je weegschaal, maar vooral ook (regelmatig) kritisch naar je lichaam in de spiegel. Een gespierd lijf ziet er veel strakker èn aantrekkelijker uit dan een lichaam met veel vet. Of niet soms?

Hoe weeg je jezelf op de weegschaal?

Harde en egale ondergrond

Als eerste is het belangrijk dat je de weegschaal op een harde en egale ondergrond zet.

Bijvoorbeeld een zachte vloerbedekking werkt niet goed. Maar een ruwe natuurstenen vloer ook niet.

Wat wèl geschikt is, is een tegel-, parket-, laminaat- of vinylvloer.

Altijd dezelfde weegschaal

Gebruik altijd dezelfde weegschaal!

De weegschaal bij je zus of vriendin in de badkamer of die in de spreekkamer van de dokter kan een ander gewicht aangeven.

Altijd op hetzelfde moment wegen

Weeg jezelf altijd op het hetzelfde moment, bijvoorbeeld elke maandagochtend.

Het beste moment is gelijk na het opstaan, nadat je net van het toilet afkomt. Weeg jezelf bij voorkeur naakt.

Stap rustig op je weegschaal en blijf stil staan, met je voeten volledig plat en symmetrisch. Buig niet door je knieën om je gewicht af te lezen, buig alleen je hoofd.

‘Wegen’ met een meetlint

Misschien vind jij het vervelend of frustrerend of heb je een andere persoonlijke reden, om niet op een weegschaal te stappen.

Dan kan je je ook ‘wegen’ met een meetlint.

Want je middelomtrek is ook een goede maat om te checken of je gewicht op het juiste peil zit.

Buikvet versus dij – en heupvet

Als het lichaamsvet zich voornamelijk rond/in je buik zit, is dat minder gunstig dan wanneer het vet zich op je dijen en heupen zit.

De middelomtrekmeting geeft namelijk niet alleen een indicatie of je te zwaar bent, maar is buikvet sterker gerelateerd aan een aantal chronische ziekten dan vet dat op de billen, heupen en bovenbenen zit.

appel- of peerfiguur
appel- of peerfiguur

Appels zijn, in de regel, ongezonder dan peertjes.

Hoe meten met meetlint?

Je middelomtrek meet je in het midden (het smalste deel), tussen je onderste rib en de bovenkant van je heupbeen.

In het onderstaande schema kan je zien of je in de gevarenzone zit.

waarden middelomtrek

‘Meten’ met kleding

Wat ook heel goed werkt, is een (favoriete) spijkerbroek gebruiken als maatstaf: als die (te) strak gaat zitten, is het tijd om maatregelen te nemen.

Wat gebruik jij… een weegschaal, een meetlint, je kleding, of….. ?

Het Dieetbevrijding Spel is onderdeel van www.plezierigafvallen.nl, onder de paraplu van 'Gezonde Relatie met Eten', Kvknr 547.464.50